Kerk: tent van ontmoeting

Kerk, een ontmoeting met een ónbekende, het kan dus iedereen zijn, ook iemand naast jou in de kerkbank. Durven we het aan: zélf beginnen met vragen? Vragen of die onbekende ander ons een klein beetje van het wáter zal geven dat hém of háár leven doet? En durven wij het dan aan om die ander van het water te geven dat óns leven doet? Dan wordt dat water, van de ander en van ons, het water des levens. Want, woord van Jezus: “wie in míj gelooft, stromen van lévend water zullen uit zijn binnenste vloeien.”

Preek op de derde week in de veertigdagentijd - 15 maart 2020

Ex. 17, 3-7 & Joh. 4, 5-26 

“Geef mij te drinken.” Een verhaal vol symboliek en verwijzingen naar de Schrift. Om lang bij stil te staan. Over een toevallige ontmoeting die zich verdiept tot een geloofsgesprek. Dáár sta ik vandaag met u even bij stil. Híerom. Toen de Israëlieten in de woestijn ronddwaalden trok God met hen mee in een apárte tent, de ‘tent der ontmoeting’.  [1] De evangelist Johannes zegt aan het begin van zijn evangelieverhaal: “zó’n tent heeft God ook onder ons opgeslagen:”  [2] Jezus is die tent, een tent in ménsenvorm. Dat is ook de bondigste omschrijving van wat de kerk uiteindelijk is: een tent van een ontmoeting van mens tot mens rond het grote geheim van God. Een doodgewone ontmoeting die tot een gelóófsgesprek wordt. Onze kerk, hier in Nederland, is in zwaar weer. We moeten, denk ik, weer terug naar het begin: de waarheid van het evangelie is geen betoog over allerlei geloofswaarheden, maar een relatie, een sámenkomen van mens met mens, met de ogen van het hart gericht op Góds geheim in mensenvorm: een ontmoeting.  

Het was, hoorden we, ‘het zesde uur’. Het is altíjd het zesde uur, het héétst van de dag, een beslissend moment. Mensen, wij allemaal, moeten de hitte van de dag dragen, de weerbarstigheid en slijtkracht van het mensenbestaan: verlies van dierbaren, een relatie die stukloopt, langdurige ziekte. Onvermijdelijk. Het zésde uur: het uur waarop Jezus door Pilatus ter dood wordt veroordeeld: “zie de mens, zie wat een mens uiteíndelijk is, zo goed als niets.”  [3] Het zésde uur als begin van Jezus’ láátste uur, het uur waarop hij het opnieuw zal zeggen: “ik heb dorst.”  [4] Het uur ook waarop de voorbereiding op het Paasfeest begint.  [5]

Een ontmoeting: Jezus is moe, uitgedroogd. “Geef mij te drinken” zegt hij tegen een onbekende vrouw. Een gelóófsbelijdenis: ‘ik ben een mens met dórst, ik heb wáter nodig, een méns die mij dat geven wil, anders ga ik dood.’ Geloof begint dáár: met de erkenning van je afhankelijkheid van de natuur, van de mensen, en zó van Gód die de verborgen bron is van wat léven is. Geloven begint dáár, bij het aandurven om te zeggen: ‘ik heb nood aan jóu.’ Een uiting van vertrouwen en gelijkwaardigheid. Zó begint een geloofsgesprek. Want ook de onbekende vrouw heeft dorst, dorst naar water, naar geluk, een relatie, naar niet alléén maar een én ander zijn. Álle mensen hebben dorst, dorst naar schoon water en iets te eten, dorst naar andere mensen die het hen geven, dorst naar léven. Wat doen wíj, kerkmensen, mensen van de tent van ontmoeting, met die dóódgewone dórst van mensen? “Geef mij te drinken” zegt Jezus tegen de vrouw. Op het kruis zal hij hetzelfde zeggen, maar dan tegen óns: “ik heb dorst, geef mij te drinken.” Die ‘mij’ zijn álle mensen die dorst hebben, nood aan leven.  [6] In hén dorst Jézus naar leven. Kerk: tent van ontmoeting. Niet te vlug over God beginnen. In éérste instantie brengt de doodgewone nood van mensen ons samen, en zonder ménsen die in díe nood voorzien is God nergens.  

Is het moeilijk om over Gód te spreken? Ik denk van niet. Wij doen er zélf te moeilijk over, door niet bij het begín te beginnen maar veel te snel met katechismuswaarheden op de proppen komen. Je kunt met íedereen over God spreken als je begínt bij het begin: door jezelf te zien en je te láten zien als óók een mens met dórst, een afhánkelijk mens met nood aan zulke basale zaken als eten, drinken en andere mensen. Je kunt met íedereen over God spreken als je het aandurft om je eígen dorst met die van een ander te delen: voldoende eten, een veilige slaapplek, doodgewoon ménsengeluk. Díe dorst verbindt álle mensen met elkaar. Je kunt met álle mensen over God spreken wanneer je sámen op zoek gaat naar het enige dat die dorst naar geluk en leven lessen kan: liefde, want “God ís liefde,"  [7] ménsenliefde. Kerk, tent van ontmoeting: je kunt met álle mensen over God spreken wanneer je begint bij het begin en de vraag stelt: wat doe ík, wat doen wíj met de dórst van mensen? En dán met lichaam, hart en ziel in het éne geloven en vertrouwen waarin een mens geloven en vertrouwen moet, op het heetst van de dag: alleen Gód die mensenliefde is, lest ónze dorst.  

Jezus, op het kruis, heeft dorst, naar óns, opdat wíj, na zijn dood, zíjn lichaam zullen zijn en dan zoals híj de dorst van mensen zullen lessen door hen te drínken te geven. Te drinken wat? Álles wat een mens léven doet, alles wat mensen nodig hebben om echt tot léven te komen. ‘Kerk, tent van ontmoeting: ze ís er opdat de mensen van alle tijden Jezus van Nazareth zullen kunnen ontmoeten in een levende tijdgenoot die laat zien hoe Gods ménsenliefde er uitziet.’  [8] 

Je kunt je eigen dorst ontkennen: door je veiligheid te zoeken in theorieën, in menselijke bedenksels, gestolde vormen en vastgeroeste woorden. De vrouw probeert dat. Ze begint te theoretiseren over aparte en heilige plaatsen, over wie op welke plaats het bij het rechte eind heeft: Gerizim, Jeruzalem, Rome, Canterbury, katholieken en protestanten, waar de ware rechtgelovigheid wel of niet te vinden is. Jezus maakt haar duidelijk: er zijn geen heilige plaatsen of heilige woorden. Een méns is heilig, ieder mens, Góds tempel.  [9] 

Mensen hebben dorst naar een woord dat ertoe dóet en dat hen léven doet, een woord dat voortkomt uit het hárt van een mens náást hen, in een ontmoeting van mens tot mens. Vanuit díe dorst kunnen, stap voor stap, door alle mitsen en maren heen, de verdere vragen aan bod komen, de vraag naar waar het op aankomt, de vraag naar God, naar Gods eígen mensenwoord. “Ík ben het, de méns die met jou spreekt” zegt Jezus tegen de vrouw.  Na zijn dood is hij afhankelijk van óns om dát tegen de mensen van nú te kunnen zeggen.  

Wij zijn zíjn tent van ontmoeting, geroepen om zo’n bron te zijn van leven gevend water, een plek, een méns die een ontmoeting mogelijk maakt tussen hém, de Messiasmens, en de mensen die dorst hebben naar een woord dat ertoe dóet, een woord van Gód. Ontmoeting als een geloofsgesprek. Het begin is buitengewoon eenvoudig: beseffen én durven zéggen dat je ook zélf een mens bent die mensen nódig heeft, een mens met dorst: ‘Geef jíj ook míj te drinken.  

Kerk, een ontmoeting met een ónbekende, het kan dus iedereen zijn, ook iemand naast jou in de kerkbank. We weten immers zo goed als niets van anderen, van hun geloof, hun geschiedenis, hun achtergrond. Durven we het aan: zélf beginnen met vragen? Vragen of die onbekende ander ons een klein beetje van het wáter zal geven dat hém of háár leven doet? En durven wij het dan aan om die ander van het water te geven dat óns leven doet? Dan wordt dat water, van de ander en van ons, het water des levens. Want, woord van Jezus: “wie in míj gelooft, stromen van lévend water zullen uit zijn binnenste vloeien.”  [10] Bidden wij vandaag dat wij zúlke mensen mogen zijn. Amen. 

André Zegveld
   

 [1] De boeken Exodus en Numeri staan er vol van. 
 [2] Joh. 1, 14
 [3] Joh. 19, 12-16
 [4] Joh. 19, 28
 [5] Vgl. Joh. 19, 14 en Ex. 12, 15
 [6] Lees Mt. 25, 31-46
 [7] 1 Joh. 4, 8
 [8] Cfr. R. Williams, Choose Life, 2013, 145
 [9] Cfr. Joh. 2, 21
 [10] Joh. 7, 38

   

Lees verder...

Preek van de week

27-01-2020

Hoe ziet een mens in wie Góds Woord vlees en bloed wordt eruit, een mens die laat zíen hoe je leven moet zónder door de

Lees meer
Preek van de week

Preek van de week

27-01-2020 Lees meer

Geschiedenis schrijf je samen

03-12-2019

Op 22 november herdachten wij in Denekamp het 150 jarig bestaan van onze congregatie, de congregatie van der zusters Fra...

Lees meer
Geschiedenis schrijf je samen

Geschiedenis schrijf je samen

03-12-2019 Lees meer

Kerstmis

26-11-2019

Nog een paar dagen, en dan vieren wij het feest van Kerstmis: de geboorte van Jezus. Op 24 december vieren we de Kerstna

Lees meer
Kerstmis

Kerstmis

26-11-2019 Lees meer