Preek van de week

Hoe ziet een mens in wie Góds Woord vlees en bloed wordt eruit, een mens die laat zíen hoe je leven moet zónder door de zonde van de wereld besmet en getekend te zijn. Want dat is onze goddelijke roeping.

Tweede zondag door het jaar (19-1-2020)

Lezingen: Jes. 49, 3-6 en Joh. 1, 29-34

Met Kerstmis hebben we voor de zoveelste keer gevierd, zusters en broeders: het Wóórd is mens geworden, het Wóórd dat mensen léven doet, het Woord dat van de wereld waarin wij mensen moeten leven een bewóónbare leefwereld maakt, voor iedereen. Góds Woord, want wat er uiteindelijk en onvoorwaardelijk toe dóet, dát noemen we ‘God’. Dát Woord is mens geworden, in Jezus, een mens die zó leefde dat hij in levenden lijve God leek te zijn. Kerstmis. Vorige week sloten we de Kersttijd af met het feest van zijn doop. Wij herdachten toen hoe hij zijn roeping om mens-van-God te zijn heeft herkend. Nu begint weer de gewone ‘tijd door het jaar’, groen. We komen vanaf nu weer een jaar lang bij elkaar om, zoals de protestantse traditie graag zegt, ‘onder het Woord te gaan staan’, om in dezelfde richting te zullen gaan leven als hij, en om zó de weg ten léven te vinden. Vandaag staan we erbij stil: hoe ziet een mens in wie Góds Woord vlees en bloed wordt eruit, een mens die laat zíen hoe je leven moet zónder door de zonde van de wereld besmet en getekend te zijn. Want dat is onze goddelijke roeping.

We hoorden Johannes de Doper. Hij wijst naar Jezus, en zegt dus: ‘híj is het, zó’n mens, een mens als een lam Gods, een mens die de zonde van de wereld wégdraagt.’ Het lam Gods. Dat verwijst naar het paaslam dat elk jaar werd gegeten om de uittocht uit Egypte te gedenken, de óvergang dus van een wereld van dood en verderf naar een wereld waarin mensen echt tot leven kunnen komen. Een verwijzing ook naar de lijdende dienstknecht waar Jesaja over spreekt, een door God geroepen mens die zich als een lam naar de slachtbank leiden laat, wéérloos en máchteloos, een mens die zó laat zien hoe God er uitziet en daardoor ánderen vrede brengt, door de zonde van de wereld weg te dragen. Maar wat ís dat: dé zonde van de wereld, enkelvoud, de oervorm van alwat zonde is, hoe ziet die zonde eruit?

Dé zonde. Niet denken aan al dat gemoraliseer over kleine zonden en grote zonden, dagelijkse zonden en doodzonden, niet naar de mis op zondag: doodzonde, en al die zonden die voornamelijk met seksualiteit te maken zouden hebben, vult u zelf maar aan. Neen, dé zonde, dat is die duistere macht in jezelf en om je heen die maakt, zegt Paulus, dat je verlangt naar dingen waarvan je wéét dat je ze niet moet doen, zodat je gaat dóen wat je niet wilt en gaat háten wat je doet. Dat is dé zonde die in je woont, zoals er ooit een slang woonde in het paradijs, dé zonde kortom, in zijn meest naakte gestalte.

Het scheppingsverhaal gaat dáárover. We horen over een slang die, nergens vandaan, het de mensen influistert: ‘eet van de verboden boom, je wordt dan als God, tóe maar, want God gunt jullie dat níet.’  ‘Willen worden als Gód’: dat zou dé zonde zijn. Maar dat is het niet, juíst niet. Mensen willen juist níet als God zijn, willen níet worden wat Gód is. God is een gunner, hij gunt íeder mens het leven. Precies dát doen mensen niet. Er is iets in een mens, een duistere kracht, die dat níet wil of durft: gunner zijn. Daardoor wordt de wereld die als een paradijs bedoeld is, bar en boos. Dát lezen we verderop in het scheppingsverhaal, over Kain en Abel: een mens die zijn broer, zijn gelijke, het leven misgunt en met geweld afneemt. Wordt een mens daardoor als God? Juist níet. Gód is een gúnner, in hém is geen geweld.

Een oud verhaal over nú. De wereld waarin we leven is bepaald géén paradijselijke wereld. Het is een wereld vol geweld, in allerlei vormen. We denken dan vooral aan het oorlogsgeweld om ons heen, in het Midden-Oosten bijvoorbeeld, of aan de industriële vernietiging van mensen door Stalin en Hitler, bijvoorbeeld. Dan gaat het vooral over ‘hullie’. Maar de alomtegenwoordigheid van het geweld is veel dichterbij en zit viel dieper. Kijk gewoon om je heen: geweld fascineert, we kunnen er geboeid naar kijken, in films vol geweld, films waarin het vernietigen van mensen gebanaliseerd wordt, alsof het er niet toe doet. Er zijn ook games waarin je mee kunt spelen in een spel om mensen uit te schakelen. Geweld is sexy, denk aan de James Bond films. Want wapens zijn stoer, je bént dan iemand, aantrekkelijk. We leven ook vaak gewelddadig, rusteloos, jakkerend, gehaast, zonder aandacht voor de wereld om ons heen, voor anderen ook, en dus ten koste van hen. Denk verder aan het massale geweld tegen dieren in megastallen en slachthuizen. Op allerlei manieren wordt zo het verhaal van Kain en Abel herverteld. Mensen willen juist níet als God zijn, gunners zijn, levengevers. Want in God is géén geweld.

Precies dat is in Jezus op z’n allerduidelijkst aan het licht gekomen. Hij, Gods mensenwoord, staat weerloos voor Pilatus. Hij wéét: als je geweld met geweld beantwoordt, komt er niets van God aan het licht, niets van het paradijs van het begin, want dan houd je de vicieuze kringloop van het kwaad die met Kain en Abel begonnen is enkel gaande. Dat gewéld moet stoppen. Maar daar is wél een mens voor nodig, een mens die het áándurft om (met heel de last van de gewelddadige mensengeschiedenis op zich) er toch, machteloos en weerloos ‘neen’ tegen te zeggen, en zó, als een Lam Gods, de zonde van de wereld wegdraagt. Jezus, die wij de Christus noemen, is díe mens.

Van hém moeten we de getuigen zijn, mensen die hém laten zien en erop wijzen: in Gód is geen geweld, nooit en nergens. Maar dat kúnnen we enkel door er zélf naar te leven, door zélf zo’n mens te zijn en dus zó te leven dat ons gelééfde leven één grote verwijzing is naar hém: het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegdraagt. Misschien is dát wel het belangrijkste getuigenis dat nú van ons, van heel de kerk wordt gevraagd. Ervan getuigen dat het láátste woord over alles géén geweld is. We kijken dan graag, en beschuldigend, naar het instituut, de kerk in het groot: hoeveel geweld is daar niet, hoe vaak gaat het ook dáár niet om de macht, de macht van het gezag, de macht van het eigen gelijk, met voorbijzien aan mensen. Kijk allereerst bij jezelf naar binnen, naar de kleine kerkelijke kring waarin je leeft en met de mensen met wie je daar het leven deelt. Hoe verbitterd kan het niet ook dáár zijn, hoe weinig wordt daar vaak aan anderen een andere mening gegund, een eigen plaats, een eigen levensvorm. Begin bij het begin, op de plaats waar je staat: geweldloos leven, zélf een Lam Gods zijn dat dé zonde waarin de wereld gevangen zit wég wil dragen, en met je eigen leven laten zien dat God ieder van ons met eenzelfde grote en alles gunnende liefde bemint. Op díe manier deel zijn van het lichaam van de Christus, Gods mens geworden Woord. Want zonder ménsen die dat doen, wordt het Woord Gods dat mens wil worden niet hoorbaar en zichtbaar. En het dus dúrven geloven: ‘de zwakheid, de weerloosheid van God is sterker dan de mensen van man en macht.’ Begin bij het begin. Dáárom zijn we híer en vieren we eucharistie, de tafel van hem die hét Lam Gods was. We delen zijn brood en zeggen zo tegen elkaar: ‘dat ben ík voor jou, ik gun jou je léven.’ Bidden we dat we déze roeping steeds beter zullen verstaan. Amen.

[André Zegveld]

Lees verder...

Preek van de week

27-01-2020

Hoe ziet een mens in wie Góds Woord vlees en bloed wordt eruit, een mens die laat zíen hoe je leven moet zónder door de

Lees meer
Preek van de week

Preek van de week

27-01-2020 Lees meer

Geschiedenis schrijf je samen

03-12-2019

Op 22 november herdachten wij in Denekamp het 150 jarig bestaan van onze congregatie, de congregatie van der zusters Fra...

Lees meer
Geschiedenis schrijf je samen

Geschiedenis schrijf je samen

03-12-2019 Lees meer

Kerstmis

26-11-2019

Nog een paar dagen, en dan vieren wij het feest van Kerstmis: de geboorte van Jezus. Op 24 december vieren we de Kerstna

Lees meer
Kerstmis

Kerstmis

26-11-2019 Lees meer