In den beginne…

[Kerstmorgen]

In den beginne…

Gisteravond hoorden we al hét Kerstverhaal, het bekende, volgens Lúcas: over Maria en Jozef die onderweg waren, over Jezus die toen, gewoon langs de weg, in een stal, geboren werd omdat er geen plaats was in de herberg, over herders die erbij kwamen, en over engelen aan de hemel die toen het Gloria zongen. Vanmórgen horen we het Kerstverhaal volgens Jóhannes. Een heel ánder verhaal, lijkt het. Niets over Bethlehem, de kribbe, de herders en over engelen aan de hemel. Johannes heeft héél zijn leven erover nagedacht: wat is er in die eerste Kerstnacht eígenlijk gebeurd?’ Hij heeft er de Bijbel voor opengeslagen en gelezen, al wat daar geschreven staat, nóg eens en nóg eens. Tot zíjn verhaal van wat er met Kerstmis ooit in Bethlehem is gebeurd helemaal was uitgerijpt, en hij het in zijn zíel zag: wat met Kérstmis lijkt te begínnen, het begon al véél en veel éérder, toen God met scheppen begon. Vandaar de eerste woorden van Johannes’ Kerstverhaal: ‘In den beginne…’, want met die woorden begint óók het grote scheppingsverhaal: ‘In den beginne schiep God de hemel en de aarde, alles en alles…’

Het scheppingsverhaal zegt: alles en alles wordt geschápen door, komt voort uit het geheim van God. In alles en alles dat er is, wordt een woord van God gezegd, een voor de oren aan je hoofd onhoorbaar woord ‘Wees er, leef, kom aan het licht. Ík, God, wil dat alles er is, hemel en aarde, jíj mens, alles.’ Maar God zélf hoor je niet. En Johannes zegt in zíjn Kerstverhaal: ‘dat onhoorbare woord van God is hoorbaar en zichtbaar geworden, je kunt het met je ogen zien, met je oren horen en met je handen aanraken, in Jezus, een fragiele en kwetsbare mens net als wij.’ En dus: in heel Jézus’ mensenleven zie je daarom hoe Gód de mensen gewild heeft, van den beginne af aan, hoe God alle mensen wil, ook jóu dus en míj: ‘Gods woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond,’ in Jezus, een mens die met huid en haar leek op God zelf, Gods beeld en gelijkenis, in vlees en bloed. In Hém zie je het woord van God recht in het gezicht, zie je hoe God ook jóuw mensenleven wil.

Jezus is het Woord van God, met héél zijn mensenleven. Wat dat Woord zegt, het is samen te vatten in een paar woorden van Jezus die daar álles over zeggen wat erover te zeggen is: ‘Heb lief, heb Gód lief die wil dat alles en alles er is, de ménsen op de eerste plaats, en wees dus zélf zo goed als God voor de mensen en de wereld om je heen.’ Als je zó jouw mensenleven leeft, dán, ja dán begint heel de schepping opnieuw, dan gebeurt dat allereerste woord van God steeds weer opnieuw. In het ‘gewone’ Kerstverhaal volgens Lucas zegt een engel tegen de herders: ‘Grote vreugde, Híj is geboren, dé mens van God, en dít is het téken ervan: jullie zullen een kínd vinden, net geboren en in een voerbak gelegd.’ Johánnes zegt níets anders wanner híj zegt: ‘als jíj in íeder mensenkind dát kind herkent, en voor ieder mensenkind zo goed als God wil zijn, dan is dát die engelenboodschap: ‘Eer aan God in den hoge en vrede op aarde voor de mensen hier beneden.’ Een nieuw begin ervan.

Vandaag vieren we de geboorte van Jezus, met veel feestelijkheid: met kerststallen te pas en te onpas, versierde bomen, veel kaarslicht en kerstmuziek, gedekte tafels, spuitsneeuw en hier in Twente met het blazen van de midwinterhoorn te blazen, en nog veel en veel meer. Maar het échte licht dat Kerstmis is opgegaan, is dit: dat wíj nooit zullen vergeten dat wij zélf, van top tot teen, méns moeten wórden zoals Hij. Dan wordt dat oorspronkelijk en onhoorbare woord van God in óns hoorbaar en zichtbaar. En dán is het waarlijk Kerstmis, elke dag opnieuw, 365 dagen per jaar. Amen

André Zegveld