‘Vaar hogerop, naar dieper water.’
Rond de tafel van de Heer verwelkomen we vandaag en bidden we voor de zusters Fernanda en Clarine die vanuit het verre Indonesië naar hier, Denekamp, zijn uitgezonden, met de opdracht om met de zusters van hier hun gemeenschappelijke roeping als zusters van de Thuiner congregatie te beleven en vorm te geven, met name door hier me te werken aan het 'nieuwe begin' dat ons hier voor ogen staat: om met en door het Franciscushuis bij en voor de mensen te zijn die naar klooster komen met hun verlangen naar leven dat niet vergaat, en om díe mensen te vangen in de netten van Gods liefde. Het is voor beide zusters, Fernanda en Clarine, twéémaal een stap in het duister: om van Indonesië naar hier te komen, en om hier me vorm te geven aan iets nieuws dat hier begonnen is.
We hoorden het in de Evangelielezing Jezus zeggen tegen de apostelen van tóen en dus ook tegen ons híer: 'Vaar hogerop, naar dieper water.' U weet: er zijn een aantal verhalen daarover, over stormen, over donker water dat één grote dreiging lijkt en zo. Steeds gaat het dan over zoiets als een hachelijke gebeurtenis, over grote veranderingen in de normale en het vertrouwde gekabbel van het leven. Ik noem enkel: denk aan de storm op het meer, toen de boot van de leerlingen dreigde ten onder te gaan, terwijl Jezus lag te slapen. Denk aan toen Jezus tijdens een storm over het woelige water naar de leerlingen in de boot toe liep en zij Hem niet herkenden omdat ze dachten dat Hij een spook was. Stééds gaat het er dus over dat het thuisgevoel van de leerlingen, hun comfort zone, dreigde weg te vallen zodat zij als het ware onthéémd raken, thuisloos dus, ontheemd omdat ze in een situatie zijn geraakt die vreemd voor hen is, ongekend, onzeker, ze worden er angstig van en hunkeren naar de oude vertrouwde overzichtelijkheid van hun leven, zoals het deze twee zusters overkomt: een nog onbekend land, andere taal, andere gewoontes en omgangsvormen, ander eten, ander klimaat en zo: ontheemding.
Ontheemding heeft alles te maken met de weg van het geloof, met de wég die je moet gaan om tot een echt en diep geloof te komen, de weg die je moet gaan om te kunnen peilen wat geloven, geloven in het geheim van God in wie we leven, bewegen en zijn, eigenlijk inhoudt. Denk aan Abraham die het te horen kreeg: 'Ga op weg naar een beloofd land, je zult wel zíen waar en hoe.' En Abraham durfde het toen aan: om ontheemd te raken teneinde díchter bij God te komen. Denk aan Jezus' eigenste woorden: 'Vossen hebben hun holen, vogels hun nesten, maar Gods eigen mensenkind heeft niets van dat alles,' Gods mensenkind moet zijn of haar thuis vinden in het dóen van Gods liefde, van mens tot mens. Waar ligt dus het beloofde land? Enkel dáár waar je er alles voor over hebt om mensen, die nood hebben aan écht leven, leven dat niet vergaat, te vangen in de netten van Gods liefde. In God geloven is geen routine, geen gaan langs gebaande paden, het is een weg de diepte in, de diepte van Gods geheim dat je niet kunt peilen, een diepte waar je ontheemd van raakt. Hoe díe weg te gaan? 'Heb lief, de mensen om je heen, raak ontheemd, dan kom je thuis bij God: het beloofde land. Want altijd is God, dichterbij dan je denkt, dáár waar jíj wórdt wat Híj ís: liefde van mens tot mens. Ons áller roeping.
Zuster Fernanda, zuster Clarine, jullie hebben, toen jullie naar het klooster gingen, net zoals alle zusters van de congregatie waar ook ter wereld, jullie hebben ooit voor díe weg gekozen, huis en haard verlaten om, ik zeg het maar op z'n allereenvoudigst, mensen bij te staan in hun verlangen naar léven, om zelf onthéémd te raken teneinde samen met al die mensen thuís te komen bij God. Díe roeping gaat gewoon door, waar je ook bent, want overal waar je díe weg gaat, vind je Gods onbegrijpelijke nabijheid, van mens tot mens. Roeping, een gebod, 'niet voor in de hemel, niet aan de overzijde van de zee, maar een woord dat heel dichtbij is, in je mond en in je hart, om het te doen' hoorden wij in de eerste lezing. Daarom zeg ik graag, en zeg ik het ook nú: ook als heimwee jou kan overvallen, vergeet dan nooit dat God dichterbij is dan je denkt, altijd en overal. Ontheemd raken ís: bij Hem thuiskomen.
We verwelkomen en bidden voor de zusters Fernanda en Clarine, naar hier gezonden om samen met ons hier, gehoor te geven aan Jezus opdracht om naar dieper water te varen, niet om er te spelevaren, maar om in de mensen om ons heen, doorheen de liefde die hen met ons verbindt, het grote geheim van God te leren zien en te dienen, steeds weer opnieuw, om zó de mensen tot zegen te zijn en dáárdoor ook zelf gezegend te worden. Als je dát aandurft, dan zul je het al doende horen, in de diepte van je ziel, jouw binnenste binnenste: 'Weest niet bang, houdt goede moed, Ik, Jezus, loop jullie tegemoet, over donker en dreigend water heen, Ik maak alles wat jullie op die weg overkomt en overkomen kan begaanbaar.'
Bidden we vandaag dat wij állemaal díe weg durven gaan, ontheemd durven raken om echt ópen te gaan voor Gods liefde door ons zelveloos in te zetten voor mensen die hoe dan ook een beroep op ons doen, om dan samen thuis te komen bij God die dichterbij is dan je denkt. Amen
André Zegveld