Twee zusters als Emmaüsgangers onderweg

Preek b.g.v. een diamanten kloosterjubilee

Twee zusters als Emmaüsgangers onderweg

We vieren vandaag, heel feestelijk en met grote dankbaarheid, de roeping en de trouw aan die roeping van zuster Ilse en zuster Christine, we staan stil bij die roeping van hen maar daardoorheen bij de roeping van ieder van ons, één voor één, op welke manier dan ook, we staan stil bij de verborgen motivatie van onze levenskeuze en levensloop. Iets héél geheimzinnigs. Want waarom gaat iemand naar het klooster en een ander juist niet, waarom kiest iemand juist deze levenspartner en moet een ander daar niet aan denken? Dát is uiteindelijk het wonder dat wij vandaag vieren rond én met deze twee, het wonder -geloven we- van Gods bewegen in mensen. Want zó noemen we dat bewegen van God in ons: roeping. Heel je leven is daarbij levenslang in het geding: je afkomst en toebehoren aan een bepaalde familie, je gezondheid, jouw opvoeding en andere vormen van dressuur, ontmoetingen, opleiding, en vult u zelf maar aan. En altijd gaat het dan om mensen, mensen die jou hebben voorgevormd, op een bepaalde weg gezet, mensen met wie je in gesprek was en nog bent, een gesprek over van alles en nog wat, over alles dat voorvalt en zal voorvallen in een mensenleven zoals dat is, en de onderliggende motivatie daarin, je roeping, Gods bewegen in jou, in ieder van ons. Want -dat geloven we- God wil mens worden in ieder mens.

Roeping: een levenslang proces in je binnenste, een levenslang gesprek ook met mensen, een gesprek dat over van alles en nog wat gaat, om via dat gesprek te gaan horen en inzien waar het op aankomt in en met je leven, je innerlijke motivatie, de stem van God. En of je nu jong bent en je leven nog vóór je ligt, of dat je oud bent en gevoeliger wordt voor het einde dat zich begint aan te dienen: altijd is er dat zoeken naar je innerlijke motivatie, naar het bewegen en spreken van God in jou.

We hoorden het bekende verhaal over de twee Emmaüsgangers van ooit, één van hen heette Cleopas. Maar we zijn dus allemaal ook zelf zulke Emmaüsgangers, en staan vandaag stil bij twee van ons die wij bij naam en toenaam kunnen noemen: zuster Ilse en zuster Christine die vandaag vieren dat zij ruim zestig jaar geleden, een beetje eerder al, op weg zijn gegaan, hun ideaal achterna, gedreven door iets dat zich kenbaar maakte ín hen, in hun innerlijke drijfveer, hun roeping de stem, van God, God die altijd in mensenbestaanstaal spreekt. Meer dan zestig jaar geleden begon hun hart al te branden als ze over hun toekomst nadachten en erover spraken, om naar het klooster te gaan en zuster te worden, omdat ze ernaar verlangden om iets voor andere mensen te mogen betekenen die hulp nodig hadden, omdat ze ernaar verlangden om met díe mensen op weg te gaan, samen met hen onderweg naar een gedeelde toekomst die alles te maken had met hún innerlijke drijfveer: iets betekenen voor mensen om zo ook zelf tot leven te komen. En ze zijn, door moeilijke tijdsgewrichten heen, aan die roeping trouw gebleven. Heel gewoon en heel gevarieerd. Al doende met hen in gesprek raken over waar het in het leven op aankomt: met kinderen, priesterstudenten in Utrecht, als verpleegster, zorgend voor de liturgie in het klooster, zorgend voor de mensen in het Elizabethhuis, zo nodig dienstbaar zijn als chauffeur, werkzaam in de receptie, en vult u zelf maar aan wat deze twee in die zestig jaar toegewijd en dienstbaar gedaan en voor mensen betekend hebben, gewoon met die mensen onderweg. Een Emmaüsgang van zestig jaar, pratend en doende. In dat alles hebben jullie, zuster Ilse en zuster Christine, de stem gehoord van een ongeziene tochtgenoot, een tochtgenoot die jullie diepste verlangen om er te zijn voor mensen heeft gepeild, een verlangen dat al doende een vorm van gebed was.

De twee Emmaüsgangers van ooit, ze hebben Jezus, God-mensgeworden, niet gezien, u hoorde het. Toen Hij er was zagen ze Hem niet, en toen zij Hem met de ogen van het geloof begonnen te ontwaren was Hij alweer weg. Dat is ook júllie overkomen. Een ongeziene tochtgenoot: God-mensgeworden, zichtbaar en onzichtbaar tegelijk, God die mét ons gaat maar als het ware verdwijnt in de mensen voor wie wij er willen zijn.

Ik denk nu aan abbé Pierre, u kent hem ongetwijfeld van horen zeggen, een Franciscaner pater. Op een avond kwam hij een wanhopige mens tegen die zelfmoord wilde plegen. Abbé Pierre zei toen tegen hem: ‘ik heb eigenlijk niets om aan jou te geven. Maar als je wilt blijven leven, dan kun je mij helpen om ánderen te helpen.’ En ze gingen samen op weg, het leven in. Want ze hadden beiden, abbé Pierre en die wanhopige man, ongezien God gezien in wat zij aan liefde deden voor mensen.

Zuster Christine en zuster Ilse, jullie vieren vandaag jullie diamanten feest, het feest van jullie als mens en als zuster, in díe volgorde, jullie leven en de drijfveer ervan, zoeken naar God, naar waar het op aankomt in het mensenleven. Waar en hoe moet je dan, met alles van je leven en ook levenslang naar zoeken? Met liefde en in dienstbaarheid zoeken naar wat anderen leven doet. Al doende vind je Hém dan, als de ongeziene metgezel die met jou meegaat, levender wijs en levenslang, steeds weer als nieuw. Dat hebben jullie ons voorgeleefd.

We zijn dankbaar voor wat jullie ons van dat geheim van ons geloof hebt laten zien, voor het vele dat jullie als zuster van Denekamp gedaan hebben, voor wie jullie ook nu voor óns zijn en hopelijk zullen blijven, en we bidden dat wij allen verder zullen gaan op die ene weg naar de herkenning van Hém die ons roept, ons aller ongeziene tochtgenoot op onze levensweg nú en verder en verder, tot daar waar God álles zal zijn in ons állen. Amen

André Zegveld