Vergelijken is dodelijk

‘Wees geen blinde die blinden de weg wil wijzen.’

Vergelijken is dodelijk

Vorige week hoorden we Jezus zeggen: ‘Bemin je vijanden, wees goed voor hen, oordeel niet, veroordeel niet, geef hen als ze iets nodig hebben, geef hen waar het in het mensenleven op aankomt: solidariteit, acceptatie.’ Want, en dat zegt Jezus vandaag, ‘want als je dat níet doet, dan ben je een blinde die denkt andere blinden de weg te kunnen wijzen.’ Wees, zegt Jezus met andere woorden, zo goed als God, God die ieder mens accepteert, onvoorwaardelijk, ‘slechten en goeden gelijkelijk.’ Staar je niet blind op jezelf, want dán verduister je de wereld om je heen voor Gód die één en al liefde is.

Hoe kom je zelf dichter bij God? Houd ermee op om anderen de maat te nemen en met jouzelf te vergelijken. Vergelijken is dódelijk, een vorm van jalousie, een soort inwendige worm in je die jou van binnenuit aanvreet en uiteindelijk opeet, zodat enkel jouw buítenkant overblijft, een lege huls. Vergelijken kan zich vermommen in vroomheid. Veel kerkmensen hebben de hobby om ándere mensen de maat te nemen door hen te categoriseren: echte katholieken, randkerkelijken, vrijzinnige mensen, behoudende mensen, tot de laagste categorie: mensen die denken God niet nodig te hebben. Als je daar lang genoeg mee bezig bent, ga je als vanzelf denken dat je beter bent dan die anderen. De maat nemen: het is de oervorm van wat Farizeïsme is. Jezus zegt: ‘maak jezelf toch niets wijs, alsof jij géén vuiltje in je oog zou hebben. Weet dat ook jíj, kerkmens, zoals alle mensen gelijkelijk, enkel en alleen leeft van Gods liefde om-niet. Wees dus geen blinde die denkt blinden de weg te kunnen wijzen.

Wil je mensen écht de weg wijzen, de weg naar God, dan moet je eerst en vooral begínnen om bij jezélf naar bínnen te gaan door in je hart alles los te laten wat jalousie is en vergelijken en je niet méér bent dan een schamele, naakte mens, de weg naar de innerlijke stilte gaan waarin je de onhoorbaarheid van God kunt gaan horen Maar stil worden is vaak een vergeten dimensie van ons mensenbestaan. We leven in een wereld van een hoop drukte en schijn, een wereld waarin we van alle kanten worden aangespoord om ons te vergelijken met anderen, een wereld boordevol geluid en beelden, stemmen en boodschappen, via de TV, reclames en opinies die zeggen: ‘wees bij de tijd, leef zus leef zó, zó zie je er gekleed uit maar zó niet meer, zó moet je denken, en vooral: wees geïnformeerd over zo véél mogelijk, ook al heb je daar niets aan. En vult u zelf maar aan.

Ik voor mij vergelijk dit graag met wat de profeet Elia overkwam toen hij Gód zocht, Gods stem. Hij raakte eerst overspoeld door een hoop herrie en trammelant: onweer, gedonder, stormen, vuur en aardbevingen, maar dat alles was God níet. Tot het stil werd in hemzélf en hij de stem van God hoorde, de stem ‘van een tere stilte’ die hem influisterde: ‘waarom bén je er eigenlijk, Elia, wie ben jíj voor Míj? We zijn kwijtgeraakt wat het betekent om stil te zijn, de weg naar binnen, daar waar je enkel en alleen mens bent, een mens van zo goed als niets, zó stil worden dat je in je binnenste binnenste Gód kunt horen ademen en fluisteren: ‘Elia (en vult u zelf maar uw eigen voornaam in), Elia, wie ben jíj voor Mij?’ Zónder de stilte te zoeken, kunnen we Gods stem niet horen, leven we enkel aan onze buitenkant en merken we steeds minder van Gods aanwezigheid We vergeten wat Jezus ons vandaag óók zegt: dat een goed mens het goede tevoorschijn brengt uit de schat van goedheid in zijn eigen hart.

De stilte zoeken: dat gaat niet vanzelf, het vereist toeleg, inoefening, het loslaten van een hoop drukke en zogenaamd normale vanzelfsprekendheden die bij jou naar binnen willen komen; leren horen en onderscheiden wat er opgaat in jouw ziel, als het gefluister van een zachte bries: dat jíj er bént omdat God jou wil op zíjn manier: ‘Jíj, je bent er enkel omdat Ik dat wil, een méns, zoals iedereen.’ Zoek de stilte, maak er een geestelijke oefening waarmee je het afleert om je met anderen te vergelijken.

Ik denk nu aan de grote joodse filosoof Lévinas, wiens hele familie in de oorlog was vergast. Ooit volgde ik een seminar bij hem. Hem werd gevraagd: ‘rabbi, denkt u dat ook Hitler in de hemel is gekomen?’ Lévinas antwoordde toen: ‘ik hoop het wel, voor hem; maar ik bid elke dag ook dat wanneer ik in de hemel kom niet naast hem hoef te zitten.’ Geen mens mag zich (zei Lévinas op die manier) hoger achten dan wie dan ook, anders word je blind. Hij zei: ‘God, zie toch met barmhartigheid naar Hitler, maar kijk ook naar mij, want ook ik heb uw barmhartigheid nodig.’ Hij zei: ‘Hitler was een mens van niets, net als ik, we leven beíden van Gods liefde.’

Denk daar ‘ns over na, maak het daarvoor stil in jezelf, en besef: God heeft in Jézus laten zien waar Hij nog het allermeest op lijkt: op een nederig mens die knielde voor zijn medemens, die ook Judas de voeten waste en hem in de hof van Olijven kuste. Met díe maat meet God, altijd en onvergelijkelijk. Bidden we dat ook wijzelf zó mogen zijn, van mens tot mens. Amen

André Zegveld