Gezaaid worden

In de parabel over de zaaier die uitgaat om te zaaien vertelt Jezus ons zijn eigen levenservaring. Een mens is als zaaigoed : hij wordt gezaaid om in de verborgenheid van de grond te sterven. Alleen zo draagt hij vrucht, ieder naar zijn of haar eigen maat

De parabel van de zaaier is door onze Heer zelf uitgelegd. Ik ga die uitleg natuurlijk niet uitleggen, ze spreekt helemaal voor zichzelf. Alleen een paar woorden over de parabel als geheel. We kunnen er namelijk op verschillende manieren tegen aankijken.

Het is allereerst, denk ik, een vergelijking die iets zegt over Jezus zelf, met name over zijn worsteling met wat hij zag als zijn levensopdracht. Jezus preekt, hij spreekt over God, hij spreekt namens God, hij deelt de woorden van God uit, want hij wil Gods licht verspreiden, Gods kracht uitdelen, Gods genade zichtbaar maken. Alles wat hij zegt en doet -dat proef je uit heel het evangelie- komt daarbij recht uit zijn eigen hart. Hij geeft het beste van wat hij ziet, gelooft, wil en de mensen toewenst. We hoorden het de vorige week: “Komt tot mij, ieder die krom loopt onder de last van zijn leven, ik zal je rust en verlichting schenken.” Maar Jezus ziet -en ook dat kun je in het evangelie lezen- Jezus ziet en merkt ook dat zijn woorden niet steeds overkomen. Hij ontmoet dove oren en koude harten, afwijzing, betweterij, minachting en onverschilligheid. En hij vraagt zich daarom met ontsteltenis en pijn af: hoe is dat nu mogelijk, hoe is het in godsnaam mogelijk dat Gods goede en levengevende woorden voor een deel verloren gaan? Dan kijkt hij om zich heen, in de natuur, en hij vertelt, misschien wel op de allereerste plaats aan zichzelf, de vergelijking van de zaaier. Hij ziet: in de natuur die door God is geschapen gaat het op dezelfde manier, er wordt overvloedig gezaaid maar lang niet alles komt goed op, hetzelfde zaad dat wordt uitgestrooid heeft een verschillend lot. Dat ziet Jezus, en het geeft hem de kracht om zelf verder te spreken en te preken, om het woord Gods te blijven uitstrooien zonder maat, geduldig en volhardend, steeds weer opnieuw, en om het lot ervan, de groei, over te laten aan het geheim van God zelf. Op die manier zegt deze parabel iets over Jezus zelf.

De parabel zegt, op de tweede plaats, ook iets over God. Ze vertelt hoe God werkzaam is in de wereld van ons, hoe Gods rijk in onze wereld groeit en gestalte krijgt. God zaait en zaait, grootmoedig, overvloedig, verkwistend. Al wat is, is een woord van Hem: de natuur, de mensen, al wat ons overkomt, het is een woord van Hem. Want al wat leven is, is iets van Hem. Waar zaait Hij dus? Overal. En Hij zaait zonder zich af te vragen wat het zaaizaad zal opleveren, Hij zaait ook waar menselijkerwijs gesproken geen opbrengst te verwachten is. Hij denkt niet aan de oogst. Hij zaait en zaait. Al wat is, is een woord van Hem, zegt dus iets over Hem. Het wordt door Hem gezaaid opdat het in en door ons vrucht zal dragen, doordat wij het tot ontplooiing brengen, het er laten zijn, het behoeden en bewaren (Gen. 2, 15), zodat heel de wereld één lusthof wordt, één grote tuin van Eden, waarin het goed toeven is.

Hoe weten we nu hoe je dát moet doen? Er is de bijbel, het grote verhaal van en over al die mensen die daarmee zijn bezig geweest, het verhaal van en over Jezus ook. Dat verhaal, de bijbel dus, noemen we daarom ook ‘het woord van God’. Ook dat woord wordt gezaaid. Telkens wanneer de bijbel wordt opgeslagen en gelezen, zaait God zijn woord, thuis, en hier, dag in dag uit, week in week uit. Wanneer de bijbel opengaat en gelezen wordt, wordt er gezaaid, niet door mij, niet door het koor, maar door God zelf. Want de voorlezer leest de bijbel voor, het koor zingt er uit, ik preek erover, maar het is God die zaait, want al wat leven is in wat er wordt gezegd, voorgelezen of gezongen, is Hij.

Op de derde plaats gaat de parabel daarom over ons. Wij zijn ten slotte zelf het zaaigoed van God. God wil dat wij, als de mensen die wij zijn, tot wasdom komen en tot wasdom laten komen. God wil dat wij uitgroeien tot zijn beeld en gelijkenis (Gen. 1, 26), ieder van ons op zijn of haar strikt eigen manier, om als beeld van God heel de schepping te behoeden en te bewaren. Dat groeien gaat niet vanzelf. We moeten steeds weer opnieuw de akker van ons leven openen voor Gods woord. En dan gaat het als in de natuur: soms valt het zaad onmiddellijk in goede aarde, maar er is onkruid, sommige stukken van ons hart zijn hard en dor, we zijn slordig, we laten het gewoon liggen, we leven er aan voorbij, we hebben het te druk met onszelf, ga maar door. Het zij zo. God zaait en zaait.

Het zaad, dat zijn wij zelf. Wij worden uitgestrooid om vrucht te dragen. Ook Jezus heeft dat aan den lijve moeten leren. Ook hij heeft moeten leren: ik ben zelf het zaaigoed van God. Hij heeft aan den lijve moeten leren: ik zal, zoals alle zaad, moeten sterven, want alleen zó draagt zaad vrucht (Joh. 12, 24). Het is díe ervaring die hij aan ons door wil geven: wij, mensen, wij zaaien ons leven in droefheid, wij gaan onze levensweg vaak onder tranen, maar ondanks dat en zonder weet te hebben van het hoe en waarom, groeien wij uit tot een rijke akker (Ps. 126). Amen.

André Zegveld

Lees verder...

Preek van de week

27-01-2020

Hoe ziet een mens in wie Góds Woord vlees en bloed wordt eruit, een mens die laat zíen hoe je leven moet zónder door de

Lees meer
Preek van de week

Preek van de week

27-01-2020 Lees meer

Geschiedenis schrijf je samen

03-12-2019

Op 22 november herdachten wij in Denekamp het 150 jarig bestaan van onze congregatie, de congregatie van der zusters Fra...

Lees meer
Geschiedenis schrijf je samen

Geschiedenis schrijf je samen

03-12-2019 Lees meer

Kerstmis

26-11-2019

Nog een paar dagen, en dan vieren wij het feest van Kerstmis: de geboorte van Jezus. Op 24 december vieren we de Kerstna

Lees meer
Kerstmis

Kerstmis

26-11-2019 Lees meer