Leven als God op aarde

Het verborgen geheim van ons mensenleven is aan het licht gekomen in het leven en het levenslot van Jezus Christus. In zijn afscheidsrede spreekt hij daarover: “Ik en de Vader zijn één; jullie moeten daarom onderling ook één zijn; er is maar één levensgeest, die van God; en daarom is er maar één gebod: heb lief.” Als we uit liefde ons leven leven raken we vol van God.

We lezen vandaag weer uit Jezus’ afscheidsrede, u kent de tekst, en toch ook weer niet, want we raken er nooit in uitgelezen, we kunnen nooit met een zucht van verlichting het evangelieboek in de kast zetten en zeggen: ‘ik heb het uit.’ We zijn ooit begónnen met lezen, en begónnen toen met nooit meer ophouden. Waarom? ‘Heer, tot wie zouden we anders gaan? Jouw woorden zijn woorden van eeuwig leven’ (Joh. 6, 68). Vandaag horen we Jezus zeggen, vlak vóór zijn dood: ‘Nog een korte tijd en de wereld (dat zijn de mensen voor wie Jezus niets betekent, en voor wie Jezus domweg verleden tijd is, dood en begraven), nog een korte tijd en de wereld ziet mij niet meer, maar júllie zullen zien dat ik lééf, en ook júllie zullen leven.’

De afscheidsrede, woorden van Jézus, op de avond vóór zijn dood, woorden ópgeweld uit zijn hart dat boordevol overgave was aan God, zijn Vader, boordevol vríendschap ook voor zijn leerlingen die hij toen voor het eerst ‘mijn vrienden’ (Joh. 15, 15). noemde. Woorden, gevoelens en verlangens, woorden van zorg ook over hún toekomst. Woorden van Jezus die werden verméngd met hún herinneringen aan hem, hun overdenkingen, hun geloof, gedurende jaren en jaren opgekomen in hún hart. Herinneringen van mensen voor wie hij veel betekend had en bleef betekenen, mensen die hem bemind hadden en waren blijven beminnen, ook ná zijn dood, omdat hij voor hén niet tot het verleden behoorde. Woorden van Jézus en hún herinneringen die gaandeweg in één grote rede samengesmolten werden tot één geheel, opgekomen uit zíjn hart én het húnne, op de adem van één en dezelfde geest, eenstemmig, één groot gedicht.

Hoe lees je een gedicht, hoe luister je daarnaar? Wij leven in het algemeen veel te verstandelijk, ééndimensionaal, breinig, cerebraal, we willen vooral begrijpen. We verwónderen ons niet over de wereld waarin we leven, over de mensen met wie we het leven delen, we hebben er enkel onze gedáchten over, zogenaamde verklaringen, rationeel. Dichters en componisten laten zien dat je, om écht te zien en te horen, heel ánders moet kijken en luisteren. Ze laten zien dat er ónder de oppervlakte iets schuilgaat waar je geen ‘weet’ van hebt, iets waar je je enkel door kunt laten áándoen, laten raken en ontroeren, door je ervoor open te stellen: een beléving. Denk aan Psalm 104, een gedicht over het wonder van de wereld waarin je leeft. Denk aan Psalm 8: een gedicht over mens-zijn zónder de veelweterij van artsen, psychologen en fysiotherapeuten. Denk aan het Pie Jesu uit het Requiem van Fauré, en je weet diep van bínnen, intuïtief hoe mooi en weemoedig het mensenbestaan kan zijn en dat je het moet loslaten.

De afscheidsrede is een gedicht. Mensen die Jezus beminden en zich door hem bemind wisten proberen onder woorden te brengen wat Jezus voor hen betékent. Hij leeft in hen, zíj in hem, een wederzijdse levende herinnering die hen aan hem gelijk maakt: één Geest van waarheid. Ze herinneren zich wat hij vlak voor zijn dood heeft gezegd: ‘Nog een korte tijd en de wereld ziet mij niet meer, maar júllie zullen zien dat ik leef, en ook júllie zullen leven.’ Hoe? Ze keren in zichzelf: ‘wij hebben de liefde die Gód voor ons heeft in hém herkend, erin geloofd’ (1 Joh. 4, 16). Liefde is de sleutel om Jezus te begrijpen, liefde van een goddelijke kwaliteit, te begrijpen met je hart, heel het leven en het levenslot van Jezus je eigen maken, alles ook van jezelf, het mysterie ervan, een geheim dat je niet en nooit ziet wanneer je, als buitenstaander, er enkel met je klein verstand naar kijkt en met je armzalige woorden er iets van zeggen wil. De afscheidsrede is een gedícht dat we als een gedícht moeten lezen, niet breinig, met het domme verlangen om te weten en te verklaren, maar met ons hart en onze fantasie, door ons erin ónder te dompelen, ons te laten méévoeren, te laten ráken en ons eraan toe te vertrouwen.

Een paar woorden en beelden komen steeds terug: ‘Ik en de Vader, wij zijn één; jullie moeten daarom ook één zijn; er is maar één levensgeest, en dus is er maar één gebod: liefde.’ Jezus is door de wereld van de mensen voor wie hij niets betekende afgewezen, gedood. Maar hij was en bleef verbonden met het geheím van zijn leven, zijn Vader. Op díe manier is hij ook blijvend verenigd met zijn vrienden, in één en dezelfde levensgeest, de ‘Geest der waarheid’. Dáárom vat het grote gebod van de liefde álles samen. De afscheidsrede, een gedicht over liefde als het enige gebod.

‘Wie mijn geboden onderhoudt, híj is het die mij liefheeft. Wie míj liefheeft zal door mijn Váder bemind worden, en ook ík zal hem beminnen en mij aan die mens openbaren.’ Maar liefde kan toch nooit een gebód zijn, liefde en dwang sluiten elkaar toch uit? Het gebod zegt enkel dít: je zult er nooit mee óphouden, je zult het nooit bereíkt hebben, want liefde eíndigt in God, een door ons ongeweten einde, ‘niemand heeft ooit God gezien’ (Joh. 1, 18). Jezus is in dát geheim verdwenen.  En dát moet ook in ons gebeuren, het geheim van sterven en verrijzen. Het gebod zegt niet: ‘wees lief voor elkaar’, zoals een kleuterjuffrouw dat tegen haar kindertjes zegt. Het zegt dat liefde het dóel is waarop we heel ons leven en alles van ons leven moeten richten: leef uit liefde, en je raakt vól van Gód, van Gods waarachtige levensgeest.

We hebben vaak een routineus geloof, geloof in algemeenheden: afgekloven woorden, gebaande paden, méér van hetzélfde, cerebraal, eentonig. Daarom is de Katechismus uiteindelijk een gruwelijk sáái boek. Jezus leeft niet op of van papier. Je hárt is in het geding. Hij is de lévende herínnering, de levensgeest die jou kracht geeft en licht, die jou léven doet. Je vindt die levensgeest niet voornamelijk in theologische studies of kerkelijke documenten. Neen, je wórdt door die Geest gevónden door te luisteren naar je hart, samen met mensen die hetzelfde verlangen en zich ook heel persoonlijk Jezus willen herinneren, hem willen navolgen, willen zijn zoals hij. Kerk. Mensen die verlangen: ‘niet ík leef, het is Chrístus die leeft in mij’ (Gal. 2, 20).  Zegt Paulus. Paulus heeft Jezus niet lijfelijk gekend. Hij heeft hem met zijn hart gezocht. En wat hij vond, heeft hij opgeschreven in zijn heel persóónlijke geloofsbelijdenis, een gedicht dat wij ‘het Hooglied van de liefde’ noemen: ‘liefde heeft een lange adem, is niet afgunstig, praalt niet, blaast zich niet op, is niet grof, zoekt zichzelf niet, raakt niet beledigd….:’ Paulus’ verwoording van de navolging van Christus (1 Kor. 13, 4 ss).  Theologie in gedichtvorm, over het verborgen geheim van het mensenleven dat in Jézus Christus is opgegaan en dat in jóuw leven nog aan het licht moet komen. Kun je dat bewijzen? Kun je het met je brein begrijpen? Dat niet. Maar je kunt er levenslang je hart aan ophalen, zien dat Jezus leeft en dat ook jíj zult leven. Amen.

André Zegveld

Lees verder...

Preek van de week

27-01-2020

Hoe ziet een mens in wie Góds Woord vlees en bloed wordt eruit, een mens die laat zíen hoe je leven moet zónder door de

Lees meer
Preek van de week

Preek van de week

27-01-2020 Lees meer

Geschiedenis schrijf je samen

03-12-2019

Op 22 november herdachten wij in Denekamp het 150 jarig bestaan van onze congregatie, de congregatie van der zusters Fra...

Lees meer
Geschiedenis schrijf je samen

Geschiedenis schrijf je samen

03-12-2019 Lees meer

Kerstmis

26-11-2019

Nog een paar dagen, en dan vieren wij het feest van Kerstmis: de geboorte van Jezus. Op 24 december vieren we de Kerstna

Lees meer
Kerstmis

Kerstmis

26-11-2019 Lees meer