Mensen onderweg

Wij zijn mensen onderweg. Geen TomTom zegt waar we heen moeten, dat moeten eerst zelf bepalen. Waar moeten we heen met ons leven? De kerk wordt gevormd door mensen onderweg, onderweg naar elkaar, want dat is de weg ten leven. Zo wordt Gods Naam gezegd: ‘ik zal er zijn voor jou.’

Wij zijn mensen onderweg, zusters en broeders, ook als kerk: mensen-onderweg.  We zeggen dat heel gemakkelijk, maar we weten vaak niet echt wát we daarmee eigenlijk zeggen. Onderweg waarnaartoe? Kijk om je heen, te beginnen met hier, en dan verder, je familie, de mensen in Denekamp als je daar een boodschap doet, om maar iets te zeggen, kijk naar de mensen, de vele vakantiegangers nu, fietsend en lopend, kamperend en zich ontspannend: ieder heeft zo zijn of haar eigen bekommernissen, een eigen geschiedenis, een eigen toekomst, eigen verlangens, een eigen doel, of helemaal geen doel maar dát is ook een doel. Mensen, allemaal, gedreven door een mengeling van allerlei bestemde en vooral onbestemde gevoelens, gewoon thuis of nu op vakantie, bestemmingen waar we níets van weten. Wat zoeken die mensen eigenlijk, waar gaan ze naar toe, wat is de ríchting van hun leven, hun doel, hun bestemming? En vooral: wie wijst hen daarin de weg?

Jezus werd omstuwd door zúlke mensen, mensen zoals wij, mensen onderweg. Hij leefde niet met zijn rug naar de mensen. Zijn geloof in God die een Vader is voor iedereen maakte hem juist gevoelig voor hen. Wanneer hij hen ziet, wordt hij ‘door medelijden bewogen.’ Hij ziet: ze zijn wel op weg, maar tenslotte nérgens naar toe, ‘schapen zonder herder’, ze hebben geen echte wegwijzer. De TomTom in hun auto geeft hen wel de route aan, maar ze zullen toch eerst zelf hun eindbestemming moeten bepalen: waar willen ze heen?

Jezus had ‘de eenzaamheid opgezocht’, hoorden we, hij wilde alléén zijn. Juist dáárom had hij zo’n scherp oog voor mensen. Want wat de waarde, de richting, de zin is van ons leven, het kan zich alleen maar tonen in rust en stilte, wanneer we dicht bij onszelf zijn en dus dicht bij God, wanneer we ons lósmaken van druk, haast en de waan van de dag. Wanneer je dat niet kunt of durft, je losmaken, verdwáál je gaandeweg in je leven. Je leven moet een soort harmonie zijn: van drukte én stilte, eb én vloed, uitkeer én inkeer, spreken én zwijgen, gaan én komen, reizen én rusten, van in- én uitademen, doen én laten. Vakantie is bij uitstek een tijd om tot rust te komen en los te laten. Oud worden ook, en misschien nog wel meer dan vakantie.

Maar loslaten is moeilijk, niets doen en stil zijn jagen vaak schrik aan. Want dan komen allerlei gevoelens en gedachten bovendrijven, die je niet echt onder controle hebt, die niet standaard zijn: een bepaald soort eenzaamheid, het besef dat je je leven niet echt in eigen hand hebt, het besef dat veel van waar je normaal druk mee doende bent toch eigenlijk niet de moeite waard is. Dezelfde gevoelens en gedachten dus die in je kunnen opkomen als je beseft dat je oud wordt en ‘noodgedwongen’ je leven aan het loslaten bent. Gevoelens die opkomen wanneer je ‘s nachts niet kunt slapen en het donker in ligt te kijken: je weet dat je veel en veel meer bént dan wat je hébt en je van je leven maakt, je zou anders willen zijn, grootster, beter, meer mens, niet zo behept met al die dagelijkse smalle kanten en beperkingen van je, én je weet dat je daar alléén voor staat. In zulke momenten van stilte wordt die grote vraag gesteld en beantwoord: ‘wat ben ik eigenlijk, waar leef ik ten diepste naar toe, waar ben ik naar onderweg?’

Jezus ziet dat, ziet al die mensen die achter van alles en nog wat aan lopen, achter wat ‘in’ is, achter de praatjes van de orenblazers die op de TV verschijnen, achter al de loze beloften van reisbureaux en vakantiereclames. Het zijn mensen als schapen zonder herder, want wie ze zélf zijn en waar het met hun leven naar toe moet, het loopt verloren, daar ziet niemand naar om. En hij wordt ‘door medelijden bewogen.’ Hij ziet die mensen, het ‘zijn er wel 5000’ staat er, maar hij ziet ze stuk voor stuk, apart, ieder in zijn of haar eigen waarde, op vakantie of gewoon thuis in Gravenstate, hij ziet in al die mensen aan wie niets ontbreekt een árme mens, een mens die árm is omdat hij niet weet waar hij naar toe op weg is. Zijn leerlingen willen die mensen wegsturen, ze moeten kennelijk maar voor zichzelf zorgen en zelf eten gaan kopen, voedsel voor onderweg. En dán zegt Jezus tot zijn leerlingen, de kerk, ons dus ook: ‘Geven júllie die mensen toch te eten.’ De eindbestemming van mensen is niet te koop, ze moet een mens gegeven worden: ‘geven júllie die mensen te eten.’

Te eten, wat? Wat hun échte honger stillen kan, wat niet hun buik, maar hun léven vult: de toewending van een ander mens die zegt: ‘jij mag er zijn, helemaal, je loopt niet verloren, ik ben er voor jou.’ Bij het laatste avondmaal heeft hij, zelf, dát laten zien. ‘Het brood hier, dat ben ik, voor jou.’ En hij vraagt aan de leerlingen, aan ons dus, hetzelfde te doen: het weinige te geven dat we hebben, onszelf, ons léven. Wij durven dat vaak niet, we zijn bang dat het niet genoeg is, we weten dat we ook zelf arm zijn en schamen ons daarvoor. Maar wanneer we, zegt het verhaal, de armzaligheid van ons leven aan ánderen durven geven en dus ook zélf het leven van anderen durven aanváárden, wanneer we niet íets geven, dingen, maar onszélf, dan verandert alles, dan wordt armoede tot rijkdom, dan is niemand meer te klein of te kort of niet goed genoeg, dan wordt de armoede van een mens tot de eigen rijkdom van God zelf en loopt geen mens meer verloren. Want dan komen wij écht thuis, dan bereiken we de eindbestemming van ons leven: de liefde van en voor een ander, liefde waar Gód in woont, liefde die God ís, en komen we dus thuis bij God. Kerk is mensen onderweg, mensen dus die onderweg hun léven met anderen delen.

We vieren eucharistie. We leggen ons leven, zoals dat is, in Gods handen, wetend dat we niets hebben, en ontvangen onszelf terug, als Gods eigen zegen. Die zegen is als brood dat zichzelf vermeerdert, telkens wanneer we het doorgeven aan anderen. Mogen we zó het leven met elkaar delen en thuisbrengers zijn, of we nu oud zijn of jong, binnen en buiten de vakantietijd. Amen.

André Zegveld

Lees verder...

Preek van de week

27-01-2020

Hoe ziet een mens in wie Góds Woord vlees en bloed wordt eruit, een mens die laat zíen hoe je leven moet zónder door de

Lees meer
Preek van de week

Preek van de week

27-01-2020 Lees meer

Geschiedenis schrijf je samen

03-12-2019

Op 22 november herdachten wij in Denekamp het 150 jarig bestaan van onze congregatie, de congregatie van der zusters Fra...

Lees meer
Geschiedenis schrijf je samen

Geschiedenis schrijf je samen

03-12-2019 Lees meer

Kerstmis

26-11-2019

Nog een paar dagen, en dan vieren wij het feest van Kerstmis: de geboorte van Jezus. Op 24 december vieren we de Kerstna

Lees meer
Kerstmis

Kerstmis

26-11-2019 Lees meer