Wees niet bang!

Geloven is niet: veel weten over God, met de zekerheid die het verstand geven kan. Geloven is: vertrouwen, vertrouwen in de betrouwbaarheid van God, met de zekerheid die enkel het hart geven kan.

We lazen uit het evangelie volgens Mattheüs, over het geloof van Jezus, zijn geloof dat God geen mus van het dak laat vallen en dus zeker geen mens uit zijn handen laat glippen, U niet en mij niet en onze buurman niet. “Geloof je dat”, vraagt Jezus ons, “echt, onverkort, onbezwaard, onbekommerd, veilig, ruimhartig, geloof je met heel je hebben en houden dat God zó dichtbij je is en dat je zó bij hem bent geborgen, zonder stiekeme of tersluikse angst? Geloof je: God is nabij, ik leef in zijn domein, zijn rijk, wat kan mij verder nog overkomen? Geloof je dat, onbevreesd?

“Weest niet bang, heb geen vrees”, we hoorden het in het evangelie van vandaag zo’n vier maal, een kernwoord in de bijbel. Ik noem alleen enkele passages uit het nieuwe testament: de engel zegt het tegen Maria, wanneer deze hoort dat ze moeder van de Heer zal worden; Jozef hoort het meerdere malen in zijn dromen; wanneer Jezus is geboren, zeggen de engelen het tegen de herders in het veld; Jezus zelf zegt het tegen zijn leerlingen wanneer deze bang zijn voor schipbreuk tijdens de storm op het meer; hij zegt het tegen Jaïrus wanneer deze bang is dat zijn dochtertje is gestorven; een engel zegt het tegen de vrouwen bij het graf van Jezus: steeds wordt er gezegd: “Weest niet bang, vrees niet, heb geen angst.” Geloven is niet: veel over God weten, maar: in hem vertrouwen en daarom alle vrees en angst afleggen. Want angst, heeft een groot theoloog ooit gezegd, “ángst is ongeloof.” Waarom eigenlijk?

Daarvoor moeten we terug naar het verhaal over Adam en Eva, een oerverhaal, zoals U weet, over onszelf. Dat verhaal zegt: ieder mens wordt en is door God gewild, wordt en is door hem geschapen, “goed, ja zeer goed”, zoals een mens nu eenmaal ís: stof, broos, nietig, “naakt”, eigenlijk “niks” dus, maar zó door God gewild, met Gods eigen adem in zijn neus. Adam en Eva wisten dat ze “naakt” waren, maar ze “schaamden zich daar niet voor”, ze wisten zich bij God geborgen; een paradijselijke toestand.

Maar, zegt het verhaal, er komt, gewoon nergens vandaan, een slang; bij ieder mens komt zo’n slang tevoorschijn. Die slang heet: argwaan, en die argwaan zegt: ‘Ís dat nu wel zo, mág je er nu wel zijn zoals je bent, nietig en broos, bén je wel echt bij God geborgen, wíl hij je eigenlijk wel, moet je dat niet verdienen door al zijn geboden te onderhouden, en als je dat niet doet omdat je dat gewoon niet kunt, word je dan niet gestraft, omdat je broos en nietig bent?’ Argwaan. Wanneer God, ‘s avonds als het koel is, door het paradijs wandelt om te genieten van de mensen die hij zo goed geschapen heeft, kan hij ze niet meer vinden. Ze hebben zich verborgen, ze hebben kleren aangetrokken, omdat ze zich voor zichzelf schamen, omdat ze zich ervoor schamen dat ze zijn zoals ze door God geschapen gewild en geschapen zijn: broos, nietig, stof, bijna “niks”, naakt.

Het scheppingsverhaal is een verhaal over hoe mensen vaak op zo’n manier tegen zichzelf aankijken dat ze God volledig uit het oog dreigen te verliezen, door argwaan. Die argwaan wordt van mens tot mens, en van generatie op generatie doorgegeven: “je moet je best doen, ledigheid is des duivels oorkussen, je moet zorgen dat je iets gaat voorstellen, klim omhoog langs de maatschappelijke ladder, laat je niet kennen”, en ga maar door. Daar zit een verborgen agenda achter: zoals je bent, ben je niet genoeg, niet goed genoeg, te weinig, tekort, niet beminnenswaard. En mensen leren dan, heel hun leven lang, om schaamschortjes aan te trekken, om zich te verbergen achter allerlei maskers en zich te verschuilen in het spelen van rollen. Zo leer je God zien als een soort albeheerser, een alles ziende en dus nietsonziende gluurder die dreigend in de gaten houdt of je wel genoeg je best doet en voor wie je je moet schamen: niet goed genoeg.

Jezus’ evangelie luidt, kort en goed: “Vrees níet, God wil jou, zoals je bent, in al je armzaligheid, met al je tekorten, met het weinige dat je wel en het vele dat je niet kunt. Durf daar in te geloven. Dan is God heel dichtbij je, zo dichtbij als maar kan. Hij wil jóu, bij hem ben je, naakt als je bent, met huid en haar geborgen omdat Hij genoegen vindt in wie je bent: “God is dichtbij je, wees niet bang”.

Er is, zegt Jezus, iets anders waar je wel bang voor moet zijn: voor de slang, voor mensen dus en instanties en ideeën die jouw ziel kunnen doden, die je diepste wezen en bestemming kunnen vernietigen, door argwaan te zaaien en angst te oogsten, die jouw geloof van je afpakken, je vertrouwen in jezelf, in anderen, in God.

Jezus heeft geloofd, met hart en ziel, dat God ieder mens wil alsof het de enige is die er is. Zó is Hij met mensen omgegaan, en het heeft die mensen bevrijd van argwaan en van de lasten die de argwaan met zich meevoert. En zelfs toen alles voor hem voorbij leek, toen de hogepriesters en overheden hem het leven uit duwden, blééf hij geloven, tegen alles in: voor Gód ben ik genoeg. Laten ook wij zo naar onszelf en anderen zien, naar onszelf en anderen omzien ook, zodat de nabijheid van Gods rijk ook onder ons en in ons zichtbaar mag worden, tot vrijheid en bevrijding. Amen.

 André Zegveld

Lees verder...

Preek van de week

27-01-2020

Hoe ziet een mens in wie Góds Woord vlees en bloed wordt eruit, een mens die laat zíen hoe je leven moet zónder door de

Lees meer
Preek van de week

Preek van de week

27-01-2020 Lees meer

Geschiedenis schrijf je samen

03-12-2019

Op 22 november herdachten wij in Denekamp het 150 jarig bestaan van onze congregatie, de congregatie van der zusters Fra...

Lees meer
Geschiedenis schrijf je samen

Geschiedenis schrijf je samen

03-12-2019 Lees meer

Kerstmis

26-11-2019

Nog een paar dagen, en dan vieren wij het feest van Kerstmis: de geboorte van Jezus. Op 24 december vieren we de Kerstna

Lees meer
Kerstmis

Kerstmis

26-11-2019 Lees meer